
"Guillaume Geefs was op het juiste moment op de juiste plek"
Het is vreemd dat we de zeer getalenteerde beeldhouwer Guillaume Geefs (1805-1883) niet bij naam kennen. Zijn werk is namelijk alom tegenwoordig. Denk bijvoorbeeld aan het standbeeld van Belliard bovenaan de trap tussen BOZAR en het Warandepark, dat van Leopold I boven op de Congreskolom of het herdenkingsmonument op het Martelaarsplein.
Brussel, 21 augustus 2026
Korei-gids Frederik Tinck raakte in de ban van deze mysterieuze kunstenaar, dook in zijn leven en schreef er uiteindelijk een boek over. De lancering door Korei Guided Tours van de stadswandeling Guillaume Geefs: van Belliard tot Leopold I is een volgende stap in de erkenning van de beeldhouwer des vaderlands van de 19e eeuw. We spraken af met Frederik op het Martelaarsplein om meer te weten te komen over de bekendste vergeten beeldhouwer Guillaume Geefs.

Wie was Guillaume Geefs?
Eigenlijk moeten we zeggen Willem Geefs, want het is een Antwerpenaar. Als jonge beeldhouwer was hij op het juiste moment in Brussel. Dat moment is het ontstaan van België in 1830, de nieuwe staat die zich afscheurt, de scheiding tussen de Noordelijke en Zuidelijke Nederlanden. Hij heeft veel talent en is al vlug beroemd. Dat is het in een notendop.
Hoe werd Geefs dé beeldhouwer van het jonge België?
Laten we zeggen dat hij wel geluk had, hoewel hij zeker getalenteerd was. Hij liet zich opmerken in 1830, een paar weken voor de rellen op het Muntplein, toen hij de tweede prijs won bij de Prix de Rome. Men wilde een marketingcampagne opzetten die het rijke verleden van België moest onderstrepen. Wat eigenlijk gek is, want België, zoals het op dat moment is, heeft nooit bestaan.

In welke stijl werkte Geefs?
Hij begint te werken in een neo-classicistische stijl, hij was er in opgegroeid en opgeleid in Antwerpen. Maar gaandeweg verlaat Geefs dat. Bij zijn werk in 1850 is daar niks meer van te zien. Het mag geen geïdealiseerd beeld zijn, dat is de breuk die hij maakt, want neoclassicistische beeldhouwers gaan iemand idealiseren. Ze maken er een Griekse of Romeinse god van. Er zijn bustes en beelden ten voeten uit van Napoleon die meer lijken op Griekse goden. Ze hebben geen rimpels, geen wratten, hij heeft er een sixpack en geen bierbuik.
"Het typeert Geefs dat hij afstapt van het geïdealiseerde model, dat hij naturaliteit, realisme begint te introduceren. In het begin is dat schoorvoetend."
- Frederik TinckHet martelaarsmonument is voor negentig procent neoclassicistisch. De romantiek moet je er gaan zoeken bij de engelen die grimassen trekken. Het is pas het tweede of derde werk dat hij maakt. Maar voor het beeld van Augustin Belliard toont hij hem zoals hij is, met een buik, en niet zoals een Romeinse god met een kroon op zijn hoofd.
Tegelijkertijd is Geefs ook commercieel en past hij zijn ontwerpen aan aan hun omgeving. De cenotaaf van de Merode in de kathedraal Sint-Michiel en Sint-Goedele is bijvoorbeeld gevat in een gotische boog, om het mooi te integreren in die kerk.

Welk werk van Geefs is het meest flamboyant?
Zonder twijfel het Martelarenmonument. Dan toch uit zijn beginjaren, want eigenlijk moet ik daar de Congreskolom ook aan toevoegen, maar dat is van veel later. Het Pro Patriamonument heeft heel veel geld gekost, een gigantisch moment, maar dat valt niet op, want de helft zit onder het straatniveau. België was toen het meest geïndustrialiseerde land op het continent. Nog voordat Leopold II er Congo aan toevoegde was the sky al the limit.
Met het maken van dit monument heeft hij de basis gelegd van zijn eigen kapitaal. Er is een tekst uit die tijd, van na zijn overlijden, die zegt il laisse des millions [hij laat miljoenen na]. Jammer genoeg weten we niet hoeveel, maar in zijn tijd was hij miljonair in Belgische frank. Ik had er graag bij zien staan hoeveel miljoen. Maar het was in het meervoud, dus het zijn er zeker twee.

Hoe werd hij zo rijk?
Geefs maakte veel beelden ten voeten uit van koning Leopold I, want die moest in elk postkantoor, gemeentehuis, bank staan. Naast deze publieke opdrachten heeft Geefs heel veel geld verdiend met bustes. Dat is minder sexy als kunstwerk, je typeert iemand zoals die is, dat geeft weinig artistieke vrijheid.
Geefs was maar gewoon de zoon van een bakker in het centrum van Antwerpen. Er waren zeven broers, zeven bakkerszonen en ze werden allemaal beeldhouwer. Kan je je dat voorstellen?
Op welke manier wist Geefs zo veel monumenten, koningen en bustes te maken?
In zijn beginperiode heeft hij zelf beelden gekapt in marmer. Hij had toen nog geen leerlingen. Maar al vrij snel, in 1835, had hij dertig leerlingen. In de loop van zijn carrière moet hij honderden leerlingen gehad hebben. Een vijftigtal daarvan kennen we met naam en voornaam.
Maar heeft hij al zijn beelden zelf gekapt? Neen, zijn naam staat eronder en waarschijnlijk heeft hij wel zijn pauselijke zegen gegeven in de eindfase van zo’n beeld. Geefs zal het klei model hebben gemaakt, dat is vrijwel zeker. Daarom is een gipsmodel voor een museale collectie belangrijker dan een marmeren uitvoering. Dat is trouwens niks nieuws. Al bij de Vlaamse Primitieven deed Jan Van Eyck enkel de finishing touch van de schilderijen. Dan spreken we van de 15e, 16e eeuw.

Is het bekend waarom hij naar Brussel verhuisde?
Het artistieke centrum was lang in Antwerpen. Geefs heeft ingezien dat er in zijn tijd een verschuiving was naar Brussel. Daarom waagt hij de gok om naar hier te komen. Hij had ook een grote villa kunnen bouwen in Antwerpen. Maar daar houdt hij de vinger aan de pols via zijn broer Joseph die daar nummer 1 is. Geefs is nummer 1 in Brussel. Hij was niet alleen een goede kunstenaar, maar ook een durver en ondernemer met inzicht in de politiek, in de economie en in verschuivingen op politiek vlak. Geefs was zelf ook politiek actief. Zijn beste vriend is Charles de Brouckère, die verschillende keren burgemeester van Brussel was. Geefs werd zelf burgemeester van Schaarbeek, van 1852 tot ik geloof 1861.
Waar komt jouw interesse voor Geefs vandaan?
Eerst en vooral ligt beeldhouwkunst me nauw aan het hart. Ik heb als amateur nog gebeeldhouwd. Eigenlijk is de trigger het kerkhof van Laken geweest. Daar is een zestal werken van zijn hand, wat voor dat kleine kerkhof eigenlijk best veel is. Ik wilde meer over de man weten en stelde vast dat er eigenlijk nauwelijks iets geschreven was. Dat we moeten teruggaan tot 1886 voor een monografie, die was geschreven na zijn overlijden in 1883. Dat vond ik heel speciaal.

Hoe werd de zoektocht uiteindelijk een boek?
Aanvankelijk ging ik een artikel schrijven over Geefs. Ik begon eraan en had ineens vijftig bladzijden. Professor Emeritus Linda van Santvoort, mijn voormalige prof kunstwetenschappen, vroeg waarom ik niet verder zou schrijven en er een boek van zou maken. Ik wist toen al dat er voldoende informatie was om dat te kunnen doen. Dat was wel een voorwaarde.
"Er zijn zeker in de 19e eeuw veel kunstenaars. Als men spreekt over die periode, gaat het altijd maar over het laatste kwart: het begin van de avant-garde. Maar over de periode daarvoor wordt nauwelijks gesproken. Dat is nu zachtjes aan het veranderen. En dat is, gewild of ongewild, één van de redenen waarom ik over die periode schrijf."
- Frederik TinckVeel kunstenaars uit die tijd zijn die de moeite waard. Bijvoorbeeld Joseph Geefs, de broer van Guillaume, maar ook Charles-Auguste Fraikin, Eugène Simonis en schilders zoals Eugène Verboeckhoven en Louis Gallait. Namen die nu enkel bekend zijn als straten en tramhaltes. Alleen zo blijven ze een beetje bekend.
Op welke manier heb je het leven en werk van Geefs kunnen reconstrueren?
Het was even zoeken, maar er was heel wat informatie te vinden in bronnen uit de tijd van Geefs. Recensies van de salons waar hij exposeerde bijvoorbeeld. En in kunsttijdschriften. Ik vind het zo jammer dat dat nu niet meer in die vorm bestaat. Die stonden vol, niet enkel over beeldhouwen, maar ook over schilderen, muziek enzovoort. Er was veel meer terug te vinden dan ik had gedacht. Anders had mijn boek ook niet bestaan.

Zijn er dingen die je niet hebt kunnen achterhalen?
Hij had een gigantische villa in de huidige Paleizenstraat. Er waren paardenstallen en de ateliers. Iemand schreef in die periode over l’usine Geefs [de fabriek Geefs], hij had dus tientallen mensen permanent in dienst. Er is geen enkele foto of postkaart van te vinden. De gemeente Schaarbeek heeft een archief met een grote postkaarten collectie, we hebben ze allemaal bekeken, maar de foto’s erop zijn telkens van het gedeelte van de straat nét ervoor of nét erna.
Er zijn dan geen foto’s van zijn woning, maar wel ééntje van het interieur van het grootste atelier. Het vinden van dit soort dingen zijn eureka-momenten. Deze foto zit in de privé collectie van Jonathan Mangelinckx, hij was apetrots en ik super gelukkig. In mijn boek zie je de foto, ze was nooit eerder gepubliceerd. Het is een unieke foto.

Over een andere Antwerpenaar in Brussel: je overhandigde een exemplaar van jouw boek aan premier Bart De Wever. Hoe kwam dat tot stand?
Ik ben met hem in contact gekomen door een boek dat ik eerder geschreven heb over een andere vergeten figuur, schilder Edouard De Jans. Hij is een van de vijf schilders die de hal van het Schoon Verdiep van het Antwerpse stadhuis had gedecoreerd. Ik mocht dat boek toen gaan afgeven aan Bart De Wever, die er op dat moment burgemeester was. Hij had daar vijftien minuten voor uitgetrokken in zijn agenda. We hebben uiteindelijk drie kwartier door het stadhuis gelopen. De Wever was echt geboeid. Onlangs had ik hem verteld via een elektronische brief dat ik dit boek over Geefs had geschreven. Deze keer heb ik geen 45 minuten gekregen.

Waarom moeten we mee met de rondleiding die je voor Korei ontwikkelde?
Omdat ik een vree toffe kerel ben. Lacht Nee, omdat het een goed beeld geeft van een kunstenaar in die periode en daarmee vertel je de geschiedenis van het ontstaan van België. Dat is onlosmakelijk met elkaar verbonden. Geefs kon enkel Geefs worden op dat scharniermoment in het historische verhaal.
Tenslotte: wat is je favoriete werk van Geefs?
De verliefde leeuw in de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België. Ik denk dat ik een beetje een romanticus ben, ik denk dat iedereen die gevoelig is voor kunst dat wel is. Dat beeld is het voorbeeld van een romantisch beeld, romantischer kan niet. Er staat een detailfoto in het boek waar je de muil en de blik van de leeuw ziet. Zo kijkt iemand die verliefd is. Dat vind ik mooi.
Er zijn nog andere werken die heel romantisch aandoen. Die twee kinderen die in Engeland in de Royal Collection Trust zitten. Aangekocht als geschenk voor koningin Victoria door koning Albert, via de relatie van Leopold I met het Britse koningshuis. Leopold I was een vriend aan huis bij Geefs om te poseren of misschien een fles wijn te drinken, maar dat laatste is niet gedocumenteerd. Dat is mijn romantische invulling, maar ik ben ervan overtuigd.

Wil je met jouw groep in de voetsporen van Guillaume Geefs wandelen? Boek dan de rondleiding Guillaume Geefs: van Belliard tot Leopold I
Het boek van Frederik Tinck Guillaume Geefs, statuaire du roi is te koop in de winkel van het KMSKB.
